Kleur en tegenkleur

Johan Simons regisseerde theaterversies van meerdere romans van de Franse schrijver Michel Houellebecq, die het imago van zwartgallige cultuurpessimist en aartscynicus met zich meedraagt. Anderen noemen hem visionair. Waarom kiest Simons keer op keer voor Houellebecqs werk?

Houellebecq toont mogelijkheden, ik zie hem allesbehalve als een cynisch figuur”, zegt regisseur Johan Simons, regisseur van onder meer Platform en Elementaire deeltjes.

De kwalificatie ‘cynisme’ valt vaker in verband met de Franse schrijver Michel Houellebecq, maar Simons verbaast zich daarover: "Je kunt Bruno, de hoofdpersoon uit Elementaire deeltjes, meelijwekkend noemen. Maar hij is ook iemand die zoekt naar troost. En hij is zich al te bewust van de imperfectie van de mens. Want in mijn visie gaan Houellebecqs boeken over het menselijk tekort. We weten dat we niet volmaakt zijn, imperfect, maar we streven desondanks de perfectie na. Dat is onze tragiek: we weten het, maar we willen het niet weten. Dat is een prachtig dramatisch gegeven.”

"“Het leven breekt uiteindelijk toch altijd je hart.” (uit Elementaire deeltjes) Michel Houellebecq"

Al vanaf de verschijning van Elementaire deeltjes (1998) en vooral van Platform (2001) zagen Simons en zijn dramaturg Tom Blokdijk het belang van Houellebecqs fictie voor het theater. Simons roemt de ‘kaalheid’ van zijn schrijfstijl, waardoor die uitstekend geschikt is voor het toneel: "Ik kan met die karigheid schilderijen en beelden maken. Was zijn taal rijker geweest, dan had ik minder vrijheid. Zijn taal is perfecte spreektaal.”

Met de toneelregie van Platform (2005) bij NTGent verrichtten Simons en zijn ensemble iets groots. Houellebecq reflecteert op de liefdeloosheid in de hedendaagse maatschappij, een thema dat hem boeit. "De westerse kapitalistische maatschappij met zijn libertijnse strevingen is failliet”, aldus Simons. "We weten het, we weten ook dat de rijkdom in de wereld op pijnlijke wijze slecht verdeeld is, maar verandering daarvan is taboe. Dat zal nooit gebeuren. Daarom kiest Houellebecq als locatie welbewust voor een arm land, Thailand.”

In Platform belicht Houellebecq het fenomeen van het sekstoerisme: de verzadigde maar verveelde westerling zoekt in minder rijk bedeelde landen seksueel gerief. Bij aanvang van de voorstelling komt een enorme klap, die in alle besprekingen van deze magistrale voorstelling aan de orde komt. De klap is als een aanslag: een heel decor valt met enorm geraas omlaag: felgekleurde plastic stoelen, luchtbedden, badlakens met vrolijk design. Dat is het lot van westerlingen in een vermeend seksparadijs. Ontwerper Bert Neumann is voor dit overweldigende beeld verantwoordelijk. In de stilte die volgt komen de acteurs weer tevoorschijn op de puinhopen, langzaam hernemen ze hun leven. Acteur Oscar Van Rompay dwaalt rond als een engel des doods, hij kondigt nieuwe rampen aan maar niemand die naar hem luistert. Aan het slot klinkt Island in the Sun van Harry Belafonte. Bezoekers waren bij de première tot tranen geroerd, en terecht. De explosie verbeeldt de ondergang van de westerse maatschappij, maar niet voorgoed. Het koppel Michel en Valérie, dat op het Thaise eiland het seksgeluk entameert, gelooft wel degelijk in romantische liefde. Dat is volgens Simons van belang in de Houellebecq-voorstellingen: gebruik van tegenkleuren. Is er liefdeloosheid, dan moet er ook liefde zijn.

Ook de roman Soumission (Onderworpen, 2015) vraag om tegenkleuren, zegt Simons. "De vrouw in Onderworpen bevindt zich bijna uitsluitend in zowel slaapkamer als keuken. Dat is het gegeven van het boek. Daar kan ik niet tegenin gaan, want de authenticiteit laat ik ongemoeid. Maar theater kan in beeld andere accenten leggen. Kleur en tegenkleur, daar gaat het om.” Alweer een tijdlang geleden had Simons een ontmoeting met Houellebecq, ze dineerden samen, Houellebecq zweeg voornamelijk. Nog geen "twaalf of vijftien zinnen” sprak hij. Toch kon Simons zijn ideeën over theater delen met Houellebecq. "Hij is zelf een performer. Hij treedt op met een band en draagt zijn gedichten voor.” Het behoort tot zijn literaire overtuiging dat een romanschrijver verschillende genres en stijlen in zijn werk moet beoefenen, en in dit opzicht is hij zeer theatraal. Een roman moet visionair zijn en reflectie bieden op de situatie in de wereld; seks en machtsverhoudingen horen evenzeer in een roman thuis als essayistiek. Het gaat om uitersten.

Dat Houellebecq een visionair auteur is, is al enkele malen bewezen: hij schreef over aanslagen op een krantenredactie voordat de echte aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo op 2 november 2011 plaatsgreep. De terroristische aanslag die zowel begin als einde markeert van Platform beschreef hij voordat de aanslag op een nachtclub op Bali, Indonesië, op 12 oktober 2002 een feit was.

Visionair is Onderworpen in hoge mate. De roman speelt zich af in een toekomstig Frankrijk van 2022, dat een islamitische staat is geworden. Hoofdpersoon François, docent Franse letteren aan de Sorbonne, bekeert zich tot de islam. "Het gegeven dat Frankrijk een islamitische staat is, is een van de mogelijkheden waarover Houellebecq schrijft”, aldus Simons. Hij refereert aan Elementaire deeltjes (1998), dat hij in 2004 uitbracht bij Theater Zürich. De voorstelling werd geselecteerd door Theatertreffen in Berlijn als een van de tien belangrijkste Duitstalige voorstellingen van dat seizoen. Simons: "Die roman, en ook de voorstelling, gaan over het scheppen van een nieuwe mens die beter is dan de mens van nu. Dit is meer dan een fantasie, het kan tot de werkelijkheid gaan behoren. Het mooie van theater is dat zulke mogelijkheden echt gestalte kunnen krijgen, gespeeld en vertolkt door echte mensen. Wat voor Houellebecq de roman is, is voor mij het toneel: daar krijgt een mogelijke, visionaire werkelijkheid gestalte.”

Kester Freriks

Kester Freriks

Kester Freriks is romanschrijver, dichter, essayist en theaterkenner. Hans Warren noemde hem de ‘laatste romanticus van de Nederlandse literatuur’. Recente boeken van zijn hand zijn Verborgen wildernis, een reis door de ongerepte natuur in Nederland en Het nieuwe vogels kijken, waarin meer dan tweehonderd zeldzame Nederlandse vogelsoorten zijn opgenomen in poëtische portretten. Sinds 1981 is Freriks verbonden aan NRC Handelsblad, waarvoor hij toneelrecensies, beschouwingen, reportages, natuurscènes en reisverhalen schrijft. Freriks schrijft ook voor theaterbladen als TheaterMaker en Theaterkrant.
Als romanschrijver, dichter en essayist profileerde Kester Freriks zich in tijdschriften als De Revisor, De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Maatstaf, De Tweede Ronde, De Held, Fodor Maandblad, De Zingende Zaag en Bzzlletin. Hij was als gastredacteur verbonden aan het Amsterdams Studentenweekblad Propria Cures. Door Hans Warren in PCZ is hij de ‘laatste romanticus van de Nederlandse literatuur’ genoemd.